| U bevindt zich hier: Home > Toepassingen > Aardappelopslag |
Effectief opslag bestrijden; beste resultaat in wortelonkruiden
Roundup® MAX dringt door tot in de wortels
Op een bollenveld te Creil is in 2005 een tulpen-selectieproef uitgevoerd door Onderzoekscentrum Innoventis waarbij de werking van Roundup® MAX is vergeleken met de inzet van glyfosaat. In beide gevallen werd de spuitdosering gecombineerd met 10% diquat. Diquat wordt in de bollenpraktijk speciaal toegevoegd om een snellere bladafsterving te bereiken. De bespuiting vond plaats op 12 mei; per plant werd 1 druppel formulering in de oksel toegepast. Op 28 juni werden de tulpen gerooid, waarna op 4 juli is gekeken naar het aantal teruggevonden gezonde bollen.
Conclusies
Beide formuleringen resulteren in voldoende loofdoding. De grote verschillen zaten in de boldoding. Bij het object met Roundup® MAX vond men na het rooien nog maar 34 % van de tulpenbollen ten opzichte van het glyfosaatobject. Dit resultaat onderstreept de effectieve werking van Roundup® MAX waarbij de actieve stof tot in de wortels doordringt (in dit geval de tulpenbol). Bij een eindbeoordeling op 10 oktober 2005 werden in het glyfosaatobject nog steeds 12,44 % levende bollen aangetroffen; bij het Roundup® MAX object slechts 1,75%. Toevoeging van diquat resulteert snel in een optisch resultaat: het loof sterft sneller af.
Belangrijker is echter de boldoding. Hoe beter de boldoding, hoe kleiner de kans bestaat op virusplanten. Goede doding van bollen voorkomt bovendien veel (hand)arbeid. Dat 12,44% aardappelplanten opnieuw aanstippen bij de bestrijding van opslag aanzienlijk meer werk oplevert dan slechts 1,75% behoeft geen betoog. Bestrijding van bollen is te vergelijken met de aanpak van aardappelenopslag (ook knollen) en wortelonkruiden.
Bepaal de juiste dosering in overleg met de gewasbeschermingsmiddelenleverancier, raadpleeg de doseringstabel of bel Monsanto: 0032 35685492.
.jpg)