U bevindt zich hier: Home > Toepassingen > Graslandvernieuwing

Graslandvernieuwing

Veel grasland vertoont na de winter schade door sneeuw en vorst en kenmerkt zich door een slechte grassoort samenstelling. Normaliter is het najaar de beste periode om graslandvernieuwing toe te passen. Bespuiting met Roundup® MAX levert dan het beste resultaat op. De sapstroom van doorlevende planten zoals kweek is in het najaar hoofdzakelijk neerwaarts, naar de wortels, gericht. De werkzame stof glyfosaat bereikt dan alle onderdelen van de plant, waardoor grassen en onkruid effectief worden bestreden. Strenge voorschriften uit de mestwetgeving laten echter alleen in de periode van 1 februari tot en met 31 mei graslandvernieuwing op zandgrond toe.
 
Hoe kunt u in het voorjaar effectief kweek bestrijden én een goede nieuwe grasmat creëren?
 
Weersomstandigheden
Niet te warm, bewolkt weer met een hoge luchtvochtigheid tijdens de bespuiting geeft de beste resultaten. Fel zonnig weer met hoge temperaturen veroorzaakt een te snelle doding van bovengrondse delen, waardoor onvoldoende transport kan plaatsvinden. Een toepassing is niet aan te bevelen indien binnen 1 uur kans op regen bestaat of bij aanhoudende vorst.
 
Groeistadium (onkruid)plant
Onkruidplanten dienen bij voorkeur 20 cm groot ofwel het 4 of 6 bladstadium gepasseerd te zijn. Een grashoogte van 10 cm is minimaal. Zodoende is er voldoende bladoppervlakte om het Roundup MAX op te nemen. Dit is met name relevant voor een effectieve bestrijding van kweek. Het is niet aan te bevelen vóór de bespuiting te maaien. Ook zodebemesting voor of na de bespuiting en frezen vlak na de besuiting wordt afgeraden. De messen van de bemester of frees snijden de onkruidwortels door waardoor het middel niet in de gehele plant kan worden verspreid met kans op hergroei. Indien een perceel schraal is bemest kan dit nadelige effecten hebben op de werking van Roundup® MAX. Schrale bemesting leidt ook bij onkruidplanten tot groeivertraging. Dit heeft een nadelige uitwerking op de verspreiding van Roundup® MAX in de plant.
 
Dosering Roundup® MAX
Houd u aan de aanbevolen spuitdosering:
Meerjarige grassen (zoals kweek): 2.5 – 3.0 l/ha
Meerjarige onkruiden: 3.0 – 4.4 l/ha
 
Aangezien het voorjaar niet de meest ideale periode is voor kweekbestrijding, maar er door de mestwetgeving geen andere keuze is, wordt aangeraden niet aan de onderkant van de dosering te gaan zitten. Ook bij bespuiting onder wat minder gunstige omstandigheden wordt aangeraden de bovenkant van de dosering aan te houden. Bij aanwezigheid van andere onkruiden, bijvoorbeeld zuring en distel, moet de dosering verhoogd worden, zoals aangegeven op het etiket.
 
Afstellen spuitmachine
De ideale spuitdruk ligt tussen 1.5 en 2.5 bar (21 - 35 psi) met druppelgroottes tussen 100 en 400 microns. Dit om drift en afdruppen te voorkomen. De reguliere trekkersnelheid ligt tussen 5 en 10 km/u. Controleer van iedere spuitboom in ieder geval één spuitdop op afgifte. De spuitboomhoogte is correct als het spuitbeeld van twee doppen elkaar net boven het onkruid overlapt.

Waterkwaliteit
Water uit de sloot bevat vaak organisch materiaal, ijzerdeeltjes, calcium en magnesium. De werking van de actieve stof glyfosaat wordt verminderd doordat calcium en magnesium met glyfosaat een zout gaat vormen dat onoplosbaar is in water. Gebruik de schoonste bron en houd het watervolume zo laag mogelijk. 200 -300 l/ha is aan te bevelen. Lage volumes zijn haalbaar met een juiste doppenkeuze en luchtondersteuning.

Spuiten langs sloten
Vanaf 1 november 2001 is het verplicht om in een strook van minimaal 14 meter langs sloten emissie beperkende doppen te gebruiken. Het is van belang kantspuitdoppen te kiezen met een druppelspectrum waarmee drift wordt vermeden. Anderzijds dienen de druppels niet te grof te zijn om ´afrollen´ te voorkomen.

Luchtvochtigheid
Het beste resultaat met Roundup® MAX wordt bereikt bij een minimale luchtvochtigheid van 50%. Met behulp van een hygrometer kunt u eenvoudig de luchtvochtigheid bepalen. Voordeel van een hoge luchtvochtigheid is dat de huidmondjes van de plant open staan waardoor het middel beter in de plant wordt opgenomen. Doordat de plant volop groeit, is bovendien de verspreiding van het middel door de plant optimaal.
 
Juist in het voorjaar is het volgen van bovenstaande regels van het grootste belang voor een goed resultaat. 5 dagen na bespuiting met Roundup® MAX mag het gras afgegraasd of gemaaid worden voor kuilvoer of hooi. Het met Roundup® MAX behandelde gras verliest geen voederwaarde. Grondbewerkingen, zoals frezen, ploegen en herinzaaien kunnen aansluitend direct uitgevoerd worden.

Bepaal de juiste dosering in overleg met de gewasbeschermingsmiddelenleverancier, raadpleeg de doseringstabel of bel Monsanto: 0032 35685492.

 

Regen op komst?

Weerkaart | Meerdaagse verwachting

Bereken uw tijdwinst